De geschiedenis van yoga laat zich niet heel makkelijk beschrijven. Hoewel er heel veel over geschreven is kunnen we over de verre geschiedenis van yoga maar zeer weinig met zekerheid vertellen. Er zijn enkele feiten, verder is het vooral giswerk, invulwerk en gaan er uiteraard heel veel wonderbaarlijke verhalen de ronde.
In deze blog zal ik mij zoveel mogelijk op die weinige feiten richten en deze in chronologische volgorde plaatsen.
Om de wereld waarin de yoga filosofie is ontstaan goed te begrijpen moeten we eerst iets begrijpen van de vroegere inwoners van de Indusvallei (India). Meer dan 5000 jaar geleden ontdekten de eerste inwoners die langs de oevers van de Indus woonden dat alles in de wereld cyclisch werkt. Alles om ons heen beweegt zich in een bioritme, een cirkel van het leven. Denk hierbij aan: dag en nacht, de maancyclus, het verdampingssysteem, de seizoenen, onze ademhaling etc. Men was er van overtuigd dat de goden deze cycli in stand hielden en dat de mensen er alles aan moesten doen om in harmonie met de natuur en elkaar moeten leven om de cycli niet te verstoren. Je zou kunnen zeggen dat het denken in éénheid (lees verder in mijn blog: Wat is Yoga?) hier al is vastgelegd. De eerste vastleggingen van de yogafilosofie komen dan ook uit deze tijd en zijn gevonden in de Indusvallei te Mohenjo-Daro. Deze klei tablet is daar gevonden (zie Afbeelding 1).

Zoals je ziet zit deze figuur in (vermoedelijk) een yoga en/of meditatie houding. De belangrijkste teksten uit deze tijd zijn de Veda’s. Hoe oud deze teksten zijn is niet vast te stellen omdat de Veda’s de eerste eeuwen mondeling werd overgeleverd door ‘professionals’, oftewel de pandits uit de kaste van de Brahmanen die uitleg gaven over de geschriften. Pas tussen 1500 en 1000 voor christus zijn de Veda’s opgeschreven. De ideeën van de Veda’s zijn radicaal anders dan de bij ons beter bekende Abrahamitische religies. Waarbij er binnen de andere religies altijd een profeet of inspirerend persoon de aanzet gaf tot het (opnieuw) starten van een religie, zijn deze Vedische ideeën en teksten ontstaan door het observeren van de natuur. In deze periode leerden de Yogi’s hoe zij in goddelijke harmonie konden leven. De ideeën over het leven in goddelijke harmonie is de basis van zowel de yoga filosofie als het hindoeïsme.
De eerst volgende tekst waarin uitleg wordt gegeven over Yoga is de Bhagavad Gita (Het Lied van de Heer). De Bhagavad Gita, of afgekort Gita, is een onderdeel van de Mahabaratha (De nakomelingen van Bharata). De Gita is een dialoog tussen het Goddelijke in de vorm van Krishna en de boogschutter Arjuna, die het individu representeerd. De avond voor een grote veldslag tussen onder andere familie en vrienden krijgt Arjuna gewetensproblemen. Hij twijfelt of hij wel moet vechten en vraagt Krishna om raad. Krishna leert Arjuna de verschillende aspecten van Yoga en hoe je deze in het dagelijks leven kunt toepassen.

Het belangrijkste onderwerp uit de Gita is de relatie tussen het ‘Brahman’ (de oorsprong, de goddelijke bron, het ‘Al’) en de ‘Atman’ (het hogere zelf, dat in ieder levend wezen aanwezig is). In de Gita leren we dat door ons ego los te laten, onze Atman zich weer kan verbinden (één worden) met de Brahman. Volgens de Gita doen we dat door drie krachten te bundelen:
– Bhakti Yoga: yoga van de toegewijde dienst aan Brahman, God , het Hogere.
– Jnana Yoga: yoga van de kennis, het bestuderen van het Hogere, opgeven van het aardse.
– Karma Yoga: yoga van het juiste handelen door onzelfzuchtige daden.
De Gita probeert de Yogi aan te moedigen deze drie krachten samen te bundelen.
De samenbundeling van deze drie krachten noemen we Raja Yoga. Raja Yoga is de Koninklijke yoga waarbij men door een samenspel van oefeningen leert om de geest te beheersen. Raja Yoga staat niet beschreven in de Gita, maar is opgeschreven door de belangrijkste grondlegger van de yogafilosofie: Patanjali. Hij is de schrijver van de Yoga Sutra’s, die stammen uit ongeveer 200 voor christus. Patanjali is de vastlegger van het achtvoudig pad.
In dit achtvoudig pad (zie Afbeelding 3) legt Patanjali stapsgewijs de lichamelijke en geestelijke componenten van yoga uit. Volgens hem werden voor die tijd en lichamelijke aspecten van yoga achtergesteld en moest daar meer aandacht aan besteed worden. Eén van de belangrijkste stromingen binnen de Raja Yoga werd Hatha Yoga: de yoga van het lichaam.

Dan is er een hele lange tijd niets bekend over Yoga. Rond 1400 na christus wordt de Hatha Yoga Pradipika geschreven door Swami Swatmarama. Dit boek bevat onder andere informatie over asana’s, pranayama, chakra’s en mudra’s. De Pradipika wordt beschouwd als het oudst bewaard gebleven tekst over hatha yoga en vormt nog steeds de basis voor onze yoga beoefening vandaag de dag.
Zoals hierboven beschreven kun je de yoga verdelen in vier stromingen; Bhakti yoga, karma yoga, jnana yoga en raja yoga. Toch kennen we vandaag de dag heel veel verschillende stijlen yoga om te beoefenen in de sportschool of in de yogastudio’s die als paddenstoelen uit de grond schieten. Het bekendste onderdeel binnen de raja yoga is hatha yoga.
Hatha yoga is de yoga van de lichaamsbeheersing. Met hatha yoga breng je lichaam en geest in evenwicht. Je zoekt innerlijke stilte door lichaamsbeweging en beheersing. Het doel is om je lichaam gezond te houden en je geest te zuiveren. Het woord hatha kan opgesplitst worden in ‘ha’ (zon) en ‘tha’ (maan). Het staat daarmee symbool voor het in evenwicht brengen van tegengestelden: positief en negatief, mannelijk en vrouwelijk, inspanning en ontspanning. Dit doe je door het aannemen van yogahoudingen, ademhalingsoefeningen en meditatie.
Vanuit de hatha yoga zijn er tientallen andere stromingen van yoga ontstaan, zoals: vinyasa yoga, yin yoga, power yoga, hot yoga etc.
Misschien vind je dit ook interessant om te lezen:
Balans vinden door het yin en yang principe
