Geschiedenis van de chakra’s

De eerste verwijzingen naar chakra’s kunnen we vinden in de Veda’s (letterlijke betekenis in Sanskriet: heilige weten of heilig inzicht). De Veda’s zijn de oudste schriftelijke traditie binnen het Hindoeïsme. In de Veda’s zijn alle mondelinge overleveringen van de hoogste kaste, de Brahmanen, rond 1500 v.Chr opgenomen. Brahmanen waren van origine afstammelingen van het Perzisch krijgsvolk wat vanuit het noordwesten kwam binnenvallen en hun religie meebrachten.
De originele vertaling van het woord chakra “wiel” verwijst naar de wielen van de strijdwagen van een bijzonder heerser, de cakravartin (vertaald vanuit Sanskriet: de draaier van het wiel). Cakravartin is een religieuze eretitel voor een universeel heerser wiens rijk geen grenzen kent. Hij zou de meest ideale heerser zijn, die regeert volgens de dharma (juiste handelen).
Het woord cakra werd hier ook gebruikt als metaforische verwijzing naar de zon. De zon die de wereld doorkruist als een triomferent wiel aan de wagen van een cakravartin en als het eeuwige wiel van tijd (kalachakra) die heilige orde en balans representeert.

Er zijn enige verwijzingen naar chakra’s te vinden in de Oepanishaden (filosofische geschriften van ongeveer 600 v.Chr) en in de Yoga Sutra’s van Patanjali (ongeveer 200 v.Chr) als fysieke centra van bewustzijn. En een tekst uit de 13e eeuw ‘de Śāradā-tilaka’ uit de Tantrische traditie. Echter wordt in deze tekst erkent dat er meerdere chakra systemen zijn (zoals systemen met 5, 12 of 16 chakra’s).

six chakras representing the plexuses of the human body Tanjori Tamil Nadu

Het chakrasysteem zoals wij dat kennen is naar het Westen gebracht door John Woodroffe (pseudoniem: Arthur Avalon) in zijn boek ‘The Serpent Power’ uit 1918. Zijn theorie over chakra’s is gebaseerd op drie verschillende teksten uit het Sanskriet. De Padaka-Pacaka, geschreven in de 10e eeuw, waarin de centra en bijbehorende oefeningen beschreven staan. De Gorakshashatakam, ook uit de 10e eeuw, waarin instructies staan over het mediteren op de chakra’s. En een tekst van Pūrṇānanda Yati, de Ṣaṭ-chakra-nirūpaṇa of ‘Uitleg van de Zes Chakras’ (het was eigenlijk een 6 + 1 chakrasysteem) uit het jaar 1577.

Vanaf hier wordt het pas echt interessant (vind ik dan 😉)! Namelijk, alle psychologische toestanden en ontwikkelingsfasen, emoties, edelstenen, voedsel, lichamelijke klieren en gebreken, mantra’s, kruiden, archetypes (en zelfs christelijke aartsengelen…?!) die bij een bepaalde chakra zouden horen zijn nergens terug te vinden in de Indiase bronnen. Dit zijn allemaal moderne Westerse toevoegingen van de afgelopen 60 jaar op basis van ervaring en het leggen van verbanden met andere theorieën. Zoals bijvoorbeeld de psychologische theorieën van Carl Jung.

Betekent dit dat we voor de gek gehouden zijn en dat het chakra systeem een verzinsel is? Nee, zeker niet! Dat is waarom ik het zo interessant vind. Ik zie de Westerse aanvulling als precies dat. Een prachtige aanvulling van een al bestaand systeem. Yoga (en het chakra-systeem) zijn in het Westen groter geworden dan ze in India waarschijnlijk ooit zijn geweest. Yoga was een op sterven na dode filosofie. De kennis uit India wordt nu in het Westen voor een groot deel wetenschappelijk bevestigd en aangevuld. We zouden het kunnen zien als een mooie samenwerking waarbij we elkaars goede punten versterken.
Echter, met deze kennis, is het wel raadzaam om als het over chakra’s gaat niet te spreken in absolute waarheden en altijd te onderzoeken hoe de chakra-leer voor jou persoonlijk werkt gezien het een systeem is dat op ervaring gebaseerd is. En er is helemaal niemand die zoveel ervaring met jou heeft als jijzelf.

Plaats een reactie